|
Geschreven door BIT Force - Computer Solutions
|
|
DNS staat voor Domain Name System. Het systeem behelst een wereldwijde gedecentraliseerde database van domeinnamen die hiërarchisch is opgebouwd. In de beginjaren van het internet waren er slechts enkele honderden computers permanent op het netwerk aangesloten. Iedere computer had een unieke naam (flat name) en een adres in getallen. Alle adressen en bijbehorende namen werden destijds opgeslagen in een groot tekstbestand met de naam hosts.txt. Dit tekstbestand werd onderhouden en opgeslagen op een computer van het Stanford Research Institute & Network Information Centre (SRI-NIC). Alle andere machines op het netwerk haalden dit bestand met enige regelmaat via FTP van de SRI-NIC-server. Dit ging prima, omdat de hostfile niet vaker dan één of twee keer per week aangepast hoefde te worden. Maar plotseling nam het internet een vlucht: het aantal computers dat permanent aangesloten was groeide explosief. Hierdoor werd het bestand steeds groter. Daardoor moesten alle computers die op het netwerk waren aangesloten ook steeds vaker de nieuwe versie ophalen.
Alle computers bleven afhankelijk van dezelfde SRI-NIC-server en uiteindelijk ging dit problemen opleveren. Een zekere Paul Mockapetris heeft een oplossing voor dit probleem bedacht in de vorm van het Domain Name System (RFC-883).Het DNS regelt ook de vertaalslag tussen het IP-adres en de domeinnaam. Iedere computer die op internet is aangesloten heeft een IP-adres. Dat bestaat uit 4 cijfers, gescheiden door punten, bijvoorbeeld: 80.126.209.251 Het is mogelijk een IP-adres te koppelen aan een domeinnaam. IP-adres 80.126.209.251 is bijvoorbeeld gekoppeld aan de domeinnaam www.bitforce.nl. Op het internet moet dus constant een vertaalslag plaatsvinden tussen domeinnaam en IP-adres en omgekeerd: dit doet het DNS. Daarnaast bevat het DNS informatie over welke servers binnen een bepaald domein verantwoordelijk zijn voor de afhandeling van e-mail. Hoe werkt DNS? Het hart van het Domain Name System wordt gevormd door name servers. Elke DNS name server (ook wel domeinnaamserver genoemd) is hoofdverantwoordelijk voor een bepaald gebied in een netwerk, is anders gezegd de 'primary server'. Dit gebied wordt aangeduid als 'zone'. Een domeinnaamserver kan meerdere zones beheren, waarbij elke zone in principe ook een secondary name server heeft die als back-up dient. Met behulp van een protocol zorgen de primary en de secondary name server er constant voor dat de informatie onderling gelijk is. Elke name server kent alle adresinformatie van de computers in de betreffende zone en van minimaal één andere nameserver. Wat gebeurt er nu concreet als iemand een adres van een webpagina in zijn browser intypt? - Wanneer u een domeinnaam opgeeft in uw browser, bijvoorbeeld "http://www.bitforce.nl/", dan zal de browser contact maken met de primary domeinnaamserver. Dit zal bijna altijd de domeinnaamserver van uw provider zijn.
- De domeinnaam zal achterstevoren gelezen worden:.nl.bitforce.www. In deze volgorde wordt het adres opgezocht.
- Deze domeinnaamserver raadpleegt met regelmaat de server die de adressen bevat van de name servers die de informatie van de belangrijkste domeinen bijhouden, de Top Level Domain Nameservers (bijvoorbeeld de .com, .org, .net, .edu-domeinen en alle landen).
- Deze informatie slaat de nameserver van de provider op. Aan de hand van deze gegevens weet hij direct welke Top Level Domain Nameserver hij moet raadplegen voor informatie over de .nl-domeinen.
- De Top Level Domain Nameserver voor de .nl-domeinen zal als reactie het IP-nummer retourneren van de nameserver die verantwoordelijk is voor het BIT Force-domein.
- De nameserver van de provider maakt vervolgens contact met de domeinnaamserver die het BITForce-domein onder zijn hoede heeft. Als input krijgt deze server de domeinnaam:"http://www.bitforce.nl/", hij zoekt op of er iets bekend is over "www" in het domein BITForce, waarna hij zal antwoorden met het IP-adres dat bij die machine hoort.
- De nameserver van de provider geeft nu het IP-nummer door aan de browser. De browser maakt vervolgens via het IP-nummer rechtstreeks contact met de webserver van BIT Force en vraagt om de homepage.
- De webserver retourneert deze pagina, waarna hij in de browser verschijnt.
Dit alles duurt, als het goed is (afhankelijk van bandbreedte en dergelijke), een aantal seconden. Bron: RoutIt Web-site
|
|
Laatst bijgewerkt op ( Monday 03 September 2007 )
|